Nederland begint als enige lidstaat pas half januari met vaccineren in het kader van de bestrijding van het coronavirus, enkele weken na de andere landen van de EU. Dit in een situatie waarin het virus nog steeds om zich heen grijpt, de ziekenhuizen vol lopen en menige ondernemer zucht onder de gevolgen van de lockdown. Deze gang van zaken heeft tot veel kritiek geleid en is door de voormalige RIVM-directeur als ‘beschamend’ gekwalificeerd. Het lijkt er inderdaad op dat hier sprake is van een kolossale blunder. Een belangrijke vraag is uiteraard: hoe had dit voorkomen kunnen worden?

Nu past buitenstaanders, zeker als ze gewapend zijn met de wijsheid achteraf, altijd enige bescheidenheid. We weten niet wat er in de burelen van het RIVM en het ministerie van VWS is gepasseerd en we kunnen er rustig van uitgaan dat men daar voortdurend onder grote druk staat. We hebben geen inzicht in de overwegingen die een rol hebben gespeeld in de besluitvorming. We moeten het doen met de informatie die via de pers naar buiten is gekomen. Toch komt daaruit naar voren dat men gewoon geen rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat het Pfizervaccin – waarvan allang bekend zou zijn dat hier logistieke problemen aan kleven door de lage bewaartemperatuur – als eerste beschikbaar zou komen. Men was uitgegaan van het Astrazenicavaccin en geoordeeld dat het een kwestie was van het uit de kast halen van het griepvaccinatiedraaiboek. Daar was de planning op gebaseerd; later zou men de aandacht wel op het Pfizervaccin richten. Hoewel we dus nogmaals geen kennis hebben van de precieze gang van zaken bij de betreffende strategieontwikkeling, lijkt het er sterk op dat hier sprake was van tunnelvisie oftewel een cognitieve bias. Dit is een zeer menselijk en veel voorkomend fenomeen: we kunnen ons niet voorstellen dat iets op een andere manier zal gaan dan we hebben aangenomen, zeker als we elkaar steeds bevestigen in die gedachte (groepsdenken). Een bekend voorbeeld uit de zakelijke wereld is Kodak, waarvan de directie de mogelijkheid dat analoge fotografie iets van het verleden zou zijn niet onder ogen wilde zien.

Met een verstandige toepassing van scenarioplanningstechnieken is een dergelijke valkuil te vermijden. Het gaat in dit geval niet om het gebruik van de brede, verkennende mondiale scenario’s maar het gebruik van beperkte, gerichte scenarioconcepten. Als we even terugspoelen naar zeg augustus 2020 dan was het allang duidelijk welke farmaceutische bedrijven in de race waren. Natuurlijk waren er allerlei onzekerheden: hoe succesvol fase 3 zou zijn, de beschermingsgraad, bijwerkingen, de leeftijdsafhankelijkheid van de werking van het vaccin en, natuurlijk, hoelang een en ander zou duren. Andere elementen waren minder onzeker, bijvoorbeeld de noodzakelijke bewaartemperatuur. Het zou dan ongetwijfeld mogelijk zijn om meerdere scenario’s uit te tekenen voor wat betreft het beschikbaar komen van vaccins (en dus niet uitgaan van één enkele aanname). Daarbij worden voor de diverse belangrijke onzekerheden meerdere plausibele uitkomsten onderkend en op een logische wijze gecombineerd. Vervolgens ontwerpen we enkele vaccinatiestrategieën, of misschien zijn die er al. Dan volgt het ‘windtunnelen’: elke strategie wordt tegen het licht gehouden tegen de achtergrond van elk vaccinscenario. En andersom is het mogelijk om een nieuwe strategie te bedenken afhankelijk van de karakteristieken van de scenario’s.

Wil men de scenario’s nog preciezer analyseren ten aanzien van hun plausibiliteit – je kan ook niet met alles rekening houden – dan is het ook mogelijk om de kansrijkheid van elk scenario te schatten door systematisch aanwijzingen te verzamelen en die gestructureerd te beschouwen (gebruikmakend van de methode van de zgn. Analyse van Concurrerende Hypothesen).

Kortom, via het denken in scenario’s is een dergelijke desastreuze cognitieve bias te vermijden. We kunnen dan bezien welke zaken onder élk scenario op orde moeten zijn (bijvoorbeeld IT-systemen) en hoe we op tijd kunnen anticiperen als het ene of het andere scenario bewaarheid lijkt te worden. Zeker, dit zijn overwegingen van een buitenstaander en met de kennis van nu. Maar dat het ook anders had gekund bewijst de gang van zaken in alle andere 26 EU-landen.

Vragen?

neem contact op